Beeldvorming: wanneer nuttig, wanneer niet?

Fabian Verwaest • 22 december 2025

Beeldvorming: wanneer nuttig, wanneer niet?

Bij pijn of blessures denken veel mensen automatisch aan een scan. Een RX, echo of MRI voelt vaak als de snelste manier om “te zien wat er mis is”. Toch toont wetenschappelijk onderzoek al jaren aan dat beeldvorming in de meeste gevallen niet nodig is, en soms zelfs kan leiden tot onnodige ongerustheid of overbehandeling.

Dat betekent niet dat beeldvorming geen waarde heeft, wel dat ze doelgericht en in de juiste context moet worden gebruikt.


Wat verstaan we onder beeldvorming?

Beeldvorming omvat onderzoeken zoals röntgenfoto’s, echografie, CT-scans en MRI’s. Ze kunnen botten, spieren, pezen, ligamenten en andere structuren zichtbaar maken. In bepaalde situaties zijn ze zeer nuttig, bijvoorbeeld bij vermoeden van een breuk, ernstige weefselschade, infectie of neurologische uitval. Maar bij het overgrote deel van de spier-, pees- en gewrichtsklachten voegen ze weinig toe aan de behandeling.


Waarom beeldvorming vaak niet nodig is

Uit grote studies en richtlijnen blijkt dat bij klachten zoals lage rugpijn, nekpijn, schouderpijn of knieklachten routinebeeldvorming geen betere uitkomsten geeft dan een goede klinische evaluatie (Chou et al., 2011; Jenkins et al., 2018). Een belangrijke reden hiervoor is dat veel “afwijkingen” die op beeldvorming te zien zijn, ook voorkomen bij mensen zonder pijn. Zo tonen MRI-studies aan dat discusdegeneratie, hernia’s, meniscusscheuren of peesveranderingen vaak aanwezig zijn bij volledig pijnvrije personen (Brinjikji et al., 2015). Met andere woorden: Wat je ziet op een scan is niet automatisch de oorzaak van de pijn.


Beeldvorming ≠ diagnose

Een scan toont structuren, maar geen pijn. Pijn is het resultaat van een complex samenspel tussen weefselbelasting, zenuwstelsel, herstelcapaciteit, stress, slaap en eerdere ervaringen. Daarom is het cruciaal dat bevindingen op beeldvorming altijd overeenkomen met het klinisch beeld van de patiënt:

  • Waar zit de pijn?
  • Wanneer treedt ze op?
  • Wat verergert of vermindert de klachten?
  • Hoe functioneert iemand in het dagelijks leven of sport?


Wanneer beeldvorming los wordt geïnterpreteerd, bestaat het risico dat normale leeftijdsgebonden veranderingen onterecht als “schade” worden gezien. Dat kan angst versterken en herstel vertragen, een effect dat goed beschreven is in de literatuur (Darlow et al., 2015).


Wanneer is beeldvorming wél zinvol?

Beeldvorming heeft zeker haar plaats, vooral wanneer er sprake is van rode vlaggen of wanneer het klinisch verloop afwijkt van wat we verwachten. Voorbeelden zijn ernstige trauma’s, vermoeden van fracturen, infecties, tumoren, progressieve neurologische uitval of aanhoudende klachten die niet verbeteren ondanks een adequaat behandeltraject. In deze gevallen helpt beeldvorming om ernstige pathologie uit te sluiten of het behandelplan bij te sturen.


Waarom een klinisch onderzoek centraal staat

Een grondig klinisch onderzoek door een arts of kinesitherapeut blijft de hoeksteen van goede zorg. Door te luisteren naar het verhaal van de patiënt, bewegingen te analyseren en gerichte testen uit te voeren, krijgen we vaak een veel duidelijker beeld van wat er speelt dan met een scan alleen. Onderzoek toont aan dat een goede klinische evaluatie minstens even accuraat is voor het voorspellen van herstel en functionele beperkingen als beeldvorming (Henschke et al., 2009).


De rol van educatie

Het correct uitleggen van beeldvormingsresultaten is minstens zo belangrijk als het onderzoek zelf. Wanneer patiënten begrijpen dat “slijtage”, “degeneratie” of “scheurtjes” vaak normale bevindingen zijn en niet gevaarlijk, vermindert angst en verbetert het herstel (Louw et al., 2011).

Begrip geeft rust en rust bevordert herstel.


Conclusie

Beeldvorming is een waardevol hulpmiddel, maar geen standaardvereiste bij de meeste klachten. Het is vooral zinvol wanneer het klinisch beeld daar aanleiding toe geeft. Bevindingen op een scan moeten altijd geïnterpreteerd worden in combinatie met de klachten, het functioneren en het lichamelijk onderzoek van de patiënt.


Bij Fysicure vertrekken we daarom steeds vanuit een grondige klinische evaluatie. Indien beeldvorming beschikbaar is, gebruiken we die alleen als aanvullende informatie, niet als alleenstaande diagnose. Zo vermijden we onnodige ongerustheid en focussen we op wat echt telt: herstel, functie en vertrouwen in bewegen.

Uitleg over pijn en herstel bij Fysicure kinesitherapie in Mol
door Fabian Verwaest 2 februari 2026
Pijn niet altijd gelijk aan schade. Fabian, kinesist bij Fysicure in Mol, legt uit hoe pijnperceptie en sensitisatie klachten kunnen versterken en in stand houden.
Krachttraining oefening bij Fysicure kinesitherapie in Mol voor revalidatie
door Fabian Verwaest 26 januari 2026
Krachttraining is meer dan alleen spieren kweken. Fabian, kinesist bij Fysicure Mol legt uit hoe het een sleutelrol speelt in herstel en revalidatie.
Proprioceptieve oefening op bosu ball tijdens sportrevalidatie bij Fysicure Mol
door Fabian Verwaest 19 januari 2026
Balanceren op BOSU of één been? Fabian, kinesist bij Fysicure Mol legt uit waarom dit vaak geen echte enkelstabiliteit traint.